Je doet het ook voor je kinderen
Bij de aanmeldingen horen we het vaak. Ik wil het zelf leren, maar vooral wil ik dat mijn kinderen het meekrijgen. Dat is een mooie reden om te beginnen.
Misschien herken je het. Je ouders spraken Tarifit met elkaar. Jij antwoordde in het Nederlands. Nu heb je zelf kinderen en merk je dat de taal bij jou is blijven hangen. Je verstaat veel, maar thuis hoor je het steeds minder.
Dat is geen schuld. Zo gaat het in veel families. Maar het is wel het moment om er iets mee te doen.
Hoe een taal stil kan vallen
Een taal verdwijnt zelden in één keer. Het gaat stil. De ene generatie spreekt het vloeiend. De volgende verstaat het, maar antwoordt in een andere taal. De generatie daarna hoort het nauwelijks nog.
Zo kan een taal binnen één generatie wegvallen uit een gezin. Niet omdat iemand dat wil, maar omdat het makkelijker is om de taal van school en werk te spreken. Tarifit wordt vooral thuis doorgegeven. Als het thuis stil wordt, is er weinig dat het overneemt.
Daarom maakt het uit wat jij doet. Jij bent de schakel tussen je ouders en je kinderen.
Je hoeft niet perfect te spreken
Veel mensen denken dat ze eerst vloeiend moeten zijn voordat ze iets kunnen doorgeven. Dat is niet zo. Kinderen hebben geen perfecte taal nodig. Ze hebben een taal nodig die klinkt, elke dag een beetje.
Een groet bij het ontbijt. Een woord aan tafel. Een zin als je ze naar bed brengt. Salam als ze thuiskomen, Tanemmirt als ze je iets aangeven. Het zijn kleine dingen, maar samen maken ze een gewoonte.
En als je een fout maakt, is dat prima. Je oma zei het misschien anders dan je tante. Allebei goed. Het gaat erom dat de taal gehoord wordt.
Hoe de lessen helpen
In de lessen leer je vooral spreken. Je oefent met zinnen die je thuis echt gebruikt. Wat zeg je aan tafel. Hoe vraag je hoe iemands dag was. Hoe zeg je dat het tijd is om te gaan.
- Je leert korte zinnen die je meteen thuis kunt gebruiken.
- Je oefent hardop, in een vaste groep van mensen die ongeveer even ver zijn.
- Je bouwt gewoontes op, zodat de taal vanzelf vaker terugkomt.
- Je krijgt het vertrouwen om het thuis ook echt te doen.
Wat je in de les oefent, neem je mee naar huis. Zo hoor je kinderen de taal niet alleen van jou, maar ook met jou. Dat is hoe doorgeven werkt.
Begin bij jezelf
Je hoeft niet te wachten tot je het helemaal kunt. Begin met wat je al weet en bouw daarop verder. Elke zin die jij spreekt, is een zin die je kinderen horen.
Beslama, en misschien tot in de les.




