PakkettenHoe het werktKennisbankOver onsContactKies je pakket

Tarifit, Tamazight of Berbers: hoe zitten die namen in elkaar?

Drie namen voor iets wat op elkaar lijkt en toch niet hetzelfde is. Hier staat rustig uitgelegd wat waar hoort, en waarom de woordkeuze uitmaakt.

Taal en achtergrond · 4 minuten lezen
Close-up van geweven Amazigh-textiel met ruitmotieven in blauw, geel en terracotta

Bijna elk gesprek over deze taal begint met verwarring over de naam. De één zegt dat hij Berbers spreekt, de ander Tamazight, de derde Riffijns. Op familiefeesten maakt dat niets uit. Zodra je de taal wil leren, is het wel handig te weten wat je zoekt. Anders zit je in een les met een variant die je thuis niemand hoort spreken.

Waarom de verwarring bestaat

De verwarring heeft een simpele oorzaak. Er is jarenlang van buitenaf één naam op een hele groep talen geplakt, terwijl mensen zelf andere woorden gebruiken. Daarbovenop komt dat veel families in Nederland en België nooit op school over hun eigen taal hebben geleerd. Wat je hebt, is wat je thuis hoorde. Dat is genoeg om te verstaan, maar niet genoeg om te benoemen.

Er speelt nog iets mee. De taal is lang niet erkend en werd op veel plekken niet onderwezen. Als een taal niet in de boeken staat, ontstaat er ook geen vast woord voor in de mond van gewone mensen. Namen gaan dan door elkaar heen lopen, en dat gaat generaties mee.

Amazigh is het volk, Tamazight de taalfamilie

De duidelijkste manier om het te onthouden is dit. Amazigh is hoe het volk zichzelf noemt. Het woord draagt de betekenis van vrije mens. Imazighen is het meervoud, dus de mensen. Tmazight is de naam voor de taal, of beter gezegd voor de hele taalfamilie waar de varianten onder vallen.

Tarifit is één van die varianten. Het is de taal van de Rif, in en rond Nador en Al Hoceima, en in een groot deel van de Marokkaanse gemeenschap hier. Als je thuis Tarifit hoort, spreek je dus een Amazigh-taal. Zeggen dat je Tamazight spreekt is niet fout, het is alleen een bredere naam voor hetzelfde.

Vergelijk het met de manier waarop je over jezelf praat. Je kunt zeggen dat je uit Noord-Afrika komt, dat je Marokkaans bent, of dat je familie uit de Rif komt. Alle drie waar, elk een ander detailniveau. Bij taal werkt het net zo.

De grote varianten, kort

Binnen de familie zijn er meerdere grote varianten, verspreid over verschillende gebieden en landen. Ze delen een structuur en een deel van de woordenschat, en toch begrijpen sprekers elkaar niet automatisch. Wie de ene variant vloeiend spreekt, moet voor de andere echt aan de slag.

  • Tarifit, de variant van de Rif in het noorden van Marokko. Dit is de taal die wij onderwijzen.
  • De varianten uit het midden en het zuiden van Marokko, met eigen klanken en eigen woorden.
  • Varianten daarbuiten, verder oostwaarts in Noord-Afrika en tot in de Sahara.

We gaan hier niet in op precieze aantallen sprekers of grenzen, want die cijfers verschillen per bron. Voor jouw keuze maakt het ook niet uit. Wat uitmaakt, is welke variant je familie spreekt.

Waarom Berbers gevoelig kan liggen

Het woord Berbers is de naam die van buitenaf is gegeven. Het gaat terug op een oud woord dat werd gebruikt voor mensen die de taal van de machthebbers niet spraken, en het had geen vriendelijke ondertoon. Daarom voelt het voor veel mensen ongemakkelijk. Het is een naam die over hen heen is gelegd, niet een naam die zij kozen.

Tegelijk gebruiken heel veel mensen het woord nog gewoon, ook binnen de eigen familie. Ze bedoelen er niets verkeerd mee. Als jouw vader zegt dat hij Berbers spreekt, hoef je hem niet te verbeteren. Het punt is dat er een eigen naam bestaat, en dat die naam iets zegt: Amazigh, vrije mens.

In de les gebruiken wij Amazigh voor het volk, Tmazight voor de taalfamilie en Tarifit voor onze variant. Niet om iemand te corrigeren, maar omdat woorden die van jezelf zijn anders aankomen.

Welke variant ken jij van huis uit?

Dat weet je vaak sneller dan je denkt. Komt je familie uit de omgeving van Nador of Al Hoceima, dan is de kans groot dat je Tarifit hoort. Twijfel je, luister dan naar hoe men thuis groet en bedankt. Salam, Azul, Tanemmirt en Beslama zijn woorden die je waarschijnlijk al herkent, en de manier waarop ze klinken zegt veel.

Je hoeft dat niet alleen uit te zoeken. We horen bij een korte kennismaking meestal snel waar je zit en wat er in de les bij je past. Daarna weet je precies met welke naam je jouw taal mag noemen, en belangrijker: je gaat hem spreken.

Zelf ervaren?

Kies je pakket en je tempo. Na je betaling helpt de nulmeting ons om de juiste groep voor je te vinden.